Tikkieterug.nl

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
EK 2008

Spanje pakt titel dankzij doelpunt van Torres

Spanje is de nieuwe kampioen van Europa. De ploeg van coach Luis Aragones bekroonde een geweldig toernooi, waarin het als enige van de zestien deelnemers niet één wedstrijd verloor, zondag met een 1-0 overwinning in de finale op Duitsland. Fernando Torres maakte na ruim een half uur de winnende goal voor Spanje, dat 44 jaar geleden voor het laatst een internationaal aansprekende prijs pakte.

Gerechtigheid. Zo kan de Europese titel voor Spanje genoemd worden. De Spanjaarden waren het hele toernooi sterk, wonnen al hun groepsduels en schakelden wereldkampioen Italië en het verrassende Rusland uit. Spanje presteerde constant, in tegenstelling tot Duitsland. De Duitsers wisselden goede wedstrijden (tegen Polen en Portugal) af met belabberde optredens, zoals tegen Kroatië en Turkije. Toch was het voor de 'Mannschaft' genoeg om de finale te halen.

 

In deze finale had Duitsland aanvankelijk het betere van het spel. Het favoriete Spanje begon nerveus en grossierde in onnodig balverlies, iets waar de Duitsers prima gebruik van maakten. In het eerste kwartier van de wedstrijd werden de Spanjaarden overlopen en kreeg Duitsland een aantal mogelijkheden om de score te openen. Spanje kwam dit slechte openingskwartier echter ongeschonden door en dat gaf de ploeg vertrouwen. Mede door een tactische ingreep van coach Aragones, die middenvelder Silva naar de rechterkant haalde om de opkomende Duitse linksback Philipp Lahm in bedwang te houden, knokte Spanje zich terug in de wedstrijd.

 

Spanje kreeg niet alleen het initiatief in de wedstrijd, maar creëerde ook kansen. Zo voorkwam Jens Lehmann met een reflex een eigen doelpunt van Metzelder, terwijl een kopstoot van Fernando Torres op de paal terecht kwam. Duitsland ontsnapte, maar enkele minuten later moesten onze oosterburen capituleren op een inzet van Fernando Torres. De spits won een sprintduel van Lahm en passeerde de uitgekomen Lehmann: 0-1.

De Duitse bondscoach Joachim Löw rekende Lahm dit kinderlijk eenvoudig verloren sprintduel zwaar aan, want hij haalde de linksback in de rust naar de kant. Marcell Jansen nam de plek van Lahm links in de defensie in en met hem in de ploeg ging Duitsland op zoek naar de gelijkmaker. Deze zoektocht verliep echter moeizaam, want de sterke Spanjaarden gaven weinig weg. Pas toen een kwartiertje later ook Kevin Kuranyi als extra troef in het veld kwam, wankelde Spanje even. Captain Michael Ballack, die ondanks problemen met zijn kuit gewoon kon spelen, was het meest dicht in de buurt van een doelpunt. Zijn schot ging net naast.

 
Deze moeizame periode voor Spanje had grote gevolgen kunnen hebben, toen Lukas Podolski plotseling naar de grond ging na een akkefietje met David Silva. Uit de herhaling bleek dat Silva een soort kopstoot maakte, maar arbiter Rosetti had dit niet gezien. Spanje ontsnapte dus aan een rode kaart, wist ook coach Aragones. Hij haalde diezelfde Silva amper twee minuten later naar de kant en verving hem voor Santi Cazorla. Met hem in de ploeg herpakte Spanje zich weer en kreeg het zelfs mogelijkheden om uit te lopen naar 0-2. Marcos Senna kwam echter een paar decimeter tekort om een kopbal van een andere invaller, Daniel Guiza, binnen te tikken.

Omdat de 0-2 uitbleef, mocht Duitsland tot de laatste seconde hopen op een 'last minute-ontsnapping', zoals de ploeg al zo vaak meemaakte. Spanje liet het echter niet zo ver komen. De Zuid-Europeanen bleven fier overeind en boekten zo eindelijk weer een groot succes. Sinds het gewonnen EK van 1964 had de ploeg er op grote toernooien nooit echt veel van gebakken, maar dit succes staat als een huis. Zeker de manier waarop. Spanje is de beste ploeg van Europa, daarover zal iedereen het na deze drie weken in Oostenrijk en Zwitserland eens zijn.

Duitsland - Spanje 0-1

0-1 Torres (‘33)

Stadion: Ernst Happel Stadion, Wenen
Toeschouwers: 50.000
Scheidsrechter: Roberto Rosetti (Ita)

Gele kaarten: Ballack, Kuranyi; Casillas, Torres

Rode kaarten: -

Duitsland: Lehmann; Friedrich, Mertesacker, Metzelder, Lahm (Jansen ‘46); Frings, Hitzlsperger (Kuranyi ’58 ); Schweinsteiger, Ballack (c) , Podolski; Klose (Gomez ’78).

Spanje: Casillas (c) ; Sergio Ramos, Marchena, Puyol, Capdevila; Senna; Iniesta, Xavi Hernández, Fàbregas (Xabi Alonso ’63), Silva (Cazorla ’66); Torres (Güiza ’78).
 

Topscorer EK 2008

1.David Villa4
2.Hakan Yakin3
 Semih Şentürk3
 Roman Pavlyuchenko3
 Lukas Podolski3
3.Daniel Güiza2
 Ivan Klasnić2
 Zlatan Ibrahimović2
 Robin van Persie2
 Ruud van Nistelrooy2
 Nihat Kahveci2
 Andrei Arshavin2
 Wesley Sneijder2
 Arda Turan2
 Bastian Schweinsteiger2
 Fernando Torres2
 Miroslav Klose2
 Michael Ballack2
4.Václav Svěrkoš1
 Ivica Vastic1
 Klaas Jan Huntelaar1
 Rubén de la Red1
 Hélder Postiga1
 Ricardo Quaresma1
 Arjen Robben1
 Uğur Boral1
 Ivica Olić1
 Raul Meireles1
 Jan Koller1
 Dmitri Torbinski1
 Dirk Kuyt1
 Nuno Gomes1
 Roger Guerreiro1
 Andrea Pirlo1
 Adrian Mutu1
 Jaroslav Plašil1
 Libor Sionko1
 Angelos Charisteas1
 Deco1
 Petter Hansson1
 Cristiano Ronaldo1
 Xavi Hernández1
 Cesc Fàbregas1
 Darijo Srna1
 Fernando Torres1
 Daniele De Rossi1
 Giovanni van Bronckhorst1
 Luka Modrić1
 Pepe1
 David Silva1
 Christian Panucci1
 Philipp Lahm1
 Konstantin Zyryanov1
 

Spanje dankzij tweede overwinning op Rusland naar finale

Spanje gaat met Duitsland uitmaken wie zich de nieuwe Europees kampioen mag noemen. De ploeg van bondscoach Luis Aragones won na het pouleduel ook de halve finale van Rusland. Het elftal van Guus Hiddink kwam nauwelijks goed in de wedstrijd en verloor met 3-0.

In het tweede duel in de halve finales kwam Spanje het beste uit de startblokken. De equipe van de vertrekkende Aragones drukte de Russen in het kletsnatte Ernst Happel Stadion ver terug. Via aanvallers Fernando Torres en David Villa kregen de Zuid-Europeanen bovendien kansen om de score te openen. Doelman Igor Akinfeev maakte beide pogingen onschadelijk.

 

Rusland, waar de geschorste Denis Kolodin werd vervangen door Vasili Berezutsky, nam langzaamaan het initiatief van de Spanjaarden over. Uit een vrije trap vuurde Roman Pavlyuchenko het eerste gevaar af. De harde uithaal vloog over de lat van sluitpost Iker Casillas. Niet veel later zag de gehaaide spits van Spartak Moskou twee inzetten naast de paal gaan.

Spanje moest na ruim een half uur een tegenvaller incasseren. Toernooitopscorer Villa, die in de poulewedstrijd tegen Rusland (4-1) drie van de vier Spaanse doelpunten had gemaakt, liet zich met een enkelblessure vervangen. Arsenal-middenvelder Cesc Fabregas kwam voor hem binnen de lijnen. De noodgedwongen wissel zou Spanje echter weer de bovenliggende partij maken.

Na rust hengelden de Spanjaarden, voor het eerst dit EK in hun mosterdkleurige uitshirts, het ticket voor de finale binnen. In de 50ste minuut zette Xavi zijn voet tegen een schot van Barcelona-collega Andres Iniesta: 1-0. Rusland zocht vervolgens nadrukkelijker de aanval en dat bood Spanje nog meer ruimte. Torres had iets na het uur de score moeten verdubbelen. De spits van Liverpool wist zich geen raad met de grote kans.

 
Zijn vervanger Daniel Guiza was in de 73ste minuut wél trefzeker. Op aangeven van Fabregas tikte hij de bal over Akinfeev. Acht minuten voor tijd scoorde David Silva zelfs nog een derde doelpunt, waardoor Guus Hiddink met zijn elftal tegen Spanje opnieuw tegen een zware nederlaag aanliep. Op het resultaat van de Spanjaarden, die in de groepsfase ongeslagen bleven, viel echter niets af te dingen.

De formatie van Aragones wist de Russen uitstekend te bespelen. Andrei Arshavin, tegen Nederland de stuwende kracht achter de Russische aanvalsgolven, kwam donderdagavond geen moment in zijn spel. Ook de gevreesde rushes langs de flanken werden vakkundig door Spanje afgestopt. In Wenen mogen de Zuid-Europeanen zondag met Duitsland gaan spelen om de toernooiwinst. De Europees kampioen van 1964 stond in 1984 voor het laatst in de EK-finale. Destijds was Frankrijk te sterk voor Spanje (2-0).

Rusland - Spanje 0-3

0-1 Xavi ‘50
0-2 Güiza ‘72
0-3 Silva ‘82

Stadion: Ernst-Happel-Stadion, Wenen
Toeschouwers: 50.000
Scheidsrechter: Frank de Bleeckere (Bel)

Gele kaarten: Zhirkov, Bilyaletdinov
Rode kaarten:

Rusland: Akinfeev; Anykov, Vasily Berezutsky, Ignashevic, Zhirkov ; Semak (c), Zyryanov, Semshov (Bilyaletdinov ’56 ), Saenko (Sychev ’57); Arshavin en Pavlyuchenko.

Spanje: Casillas (c); Sergio Ramos, Marchena, Puyol, Capdevila; Iniesta, Senna, Xavi (Alonso ’69), Silva; Torres (Güiza ’69) en Villa (Fábregas ’33).
 

Duitsland op zijn Duits langs Turkije

Goed was het zeker niet, wat Duitsland tegen Turkije liet zien. De Turken, die acht spelers misten wegens blessures en schorsingen, waren zelfs de betere ploeg. Maar Duitsland zou Duitsland niet zijn als het niet alsnog zou winnen. Verdediger Philipp Lahm maakte in de allerlaatste minuut van de geweldige wedstrijd het beslissende doelpunt  voor de ploeg van bondscoach Joachim Löw (3-2).

Het was een beetje de omgekeerde wereld, woensdagavond in Basel. Het grote voetballand Duitsland stond tegenover Turkije, een land met een toch zeer bescheiden staat van dienst in het internationale voetbal. Bovendien waren de Duitsers op volle oorlogssterkte, terwijl de Turkse bondscoach Fatih Terim liefst acht (!) spelers moest missen wegens blessures en schorsing. Met Volkan Demirel, Tuncay Sanli, Arda Turan, Emre Asik, Nihat Kahveci, Emre Gungor, Emre Belozoglu, Servet Cetin ontbrak meer dan éénderde van de volledige selectie.

 

Toch waren het de Turken, die de wedstrijd domineerden. De ploeg speelde met een inzet en passie, waaraan iedere andere ploeg een voorbeeld kan nemen. De acht afwezigen? Dat leek de Turken niet te deren. Ze vlogen er vanaf het eerste fluitsignaal bovenop, maakten Duitsland het voetballen onmogelijk en maakten er een zinderende wedstrijd van. Het was dan ook volledig terecht, dat Ugur Boral er na ruim twintig minuten 0-1 van maakte. Hij kreeg de bal voor zijn voeten nadat een schot van Kazim Kazim terugkwam van de lat en liet de grabbelende Lehmann kansloos. Enkele minuten eerder had diezelfde Kazim Kazim ook al de lat geraakt.

Niet lang na dit doelpunt, bleek echter de kwetsbaarheid van de Turken. De geïmproviseerde defensie had geen antwoord op een snelle Duitse aanval via Lukas Podolski, wiens voorzet knap binnengetikt werd door Bastian Schweinsteiger. Deze snelle 1-1 bracht de Turken echter niet van hun stuk. De ploeg bleef goed voetballen en was via de ijzersterke Hamit Altintop en opnieuw Ugur Boral tweemaal dicht bij een goal. Duitsland kon daar alleen één kans voor Lukas Podolski tegenover stellen, maar de jonge aanvaller mikte in kansrijke positie over het Turkse doel.

Ook na de pauze was Turkije de betere ploeg. De Turken maakten het meeste aanspraak op de 2-1, hoewel het van geluk mocht spreken dat arbiter Busacca de bal niet op de stip legde na een overduidelijke overtreding op Philipp Lahm. De Zwitserse scheidsrechter had op het moment van de overtreding zeker een vuiltje in zijn oog, want als enige in het stadion zag hij blijkbaar niet dat de Duitse vleugelverdediger in een heupzwaai genomen werd. Bovendien verzuimde hij even later om aanvaller Semih Semtürk zijn tweede gele kaart te geven, na een tackle op Metzelder.

 

De Duitsers mochten zich dus beklagen over de arbitrage, maar feit blijft dat de ploeg voetballend veel te weinig bracht. Turkije, dat volgens de bookmakers de eerste ronde niet eens zou overleven, bleef de overhand houden. De ploeg miste alleen kwaliteit en finesse om het karwei af te maken, waardoor Duitsland in de race bleef. En zo lang Duitsers leven, zijn ze levensgevaarlijk. Dat bleek ruim tien minuten voor tijd, toen de Turkse reservekeeper Rüstü Reçber zich verkeek op een voorzet van Lahm. Rüstü zat mis, waarna Miroslav Klose de 2-1 in het verlaten doel kon koppen.

Turkije, dat dit toernooi al zo vaak toegeslagen had in de slotfase, gaf zich echter nog niet gewonnen. Enkele minuten voor het verstrijken van de reguliere speeltijd speelde Sabri zich met een geweldige actie vrij aan de rechterkant van het veld, waarna zijn voorzet bij de korte hoek ingetikt werd door Semih Sentürk. Een verlenging leek in de maak, maar Lahm dacht daar anders over. De vleugelverdediger sneed naar binnen, kwam na een snelle combinatie alleen voor Rüstü te staan, en zorgde op fraaie wijze voor de beslissing in de zinderende wedstrijd (3-2).

Duitsland - Turkije 3-2

22. UÄŸur Boral 0-1
26. Podolski 1-1
79. Klose 2-1
86. Semih Şentürk 2-2
90. Lahm 3-2

Stadion: St Jakob-Park, Bazel
Toeschouwers: 40.000
Scheidsrechter: Massimo Busacca (Zwi)

Gele kaarten: Semih Şentürk
Rode kaarten:

Duitsland: Lehmann; Friedrich, Metzelder, Mertesacker, Lahm; Hitzlsperger, Rolfes (Frings ’46); Schweinsteiger, Ballack (c), Podolski; Klose (Jansen ’90).

Turkije: Rüstü (c); Sabri, Topal, Gökhan, Hakan Balta; Aurélio; Kazım Kazım (Metin ’90), Altıntop, Ayman Akman (Erding ’91), Uğur Boral (Karadeniz ’84); Semih Şentürk .

 

Italië legt het na strafschoppen af tegen Spanje

Ook het laatste land uit de 'poule des doods' ligt uit het EK. Wereldkampioen Italië zondagavond in de kwartfinale na strafschoppen haar meerdere erkennen in Spanje, dat met Iker Casillas een iets betere penaltykiller in huis had. In de reguliere speeltijd waren beide teams op 0-0 geëindigd. Casillas stopte twee strafschoppen, zijn collega Gianluca Buffon slechts één, waardoor Cesc Fabregas Spanje naar de halve finale kon schieten.

 

 

Zondagavond zou voor veel Nederlanders de avond moeten zijn waarop in de luie stoel rustig de volgende tegenstander van Oranje eens kon worden bekeken. Maar het duel tussen Spanje en Italië leverde niet de volgende opponent van Nederland op, maar die van Rusland. De underdog onder leiding van Guus Hiddink plaatste zich zaterdag ten koste van de grote favoriet voor de halve finale. Bij de strijd tussen de Italianen en de Spanjaarden kon eigenlijk niet van een favoriet, laat staan van een underdog gesproken worden. Spanje zat met drie overwinningen wel beduidend beter in het toernooi, maar Italië is een typisch land dat als geen ander in een toernooi kan groeien.

Dat de Spaanse spelers wel veel zelfvertrouwen hadden, bleek in de beginfase. De ploeg van coach Luis Aragones domineerde het spel, maar echt gevaarlijk werd het er niet door. De Italiaanse muur lag steeds in de weg. De wereldkampioen speelde op vertrouwde wijze: verdedigend, maar loerend op de counter. Daardoor oogde het spel in de eerste helft ietwat flegmatiek. Het was een schaakspel tussen de twee voetbalgrootmachten, waarbij de pionnen van beide teams degelijk waren opgesteld.

 

Dus was het wachten op een doelpunt, want dat had het duel hard nodig. Maar na rust kwam daar geen verandering in, al ging Italië iets anders spelen. De formatie van Roberto Donadoni schoof vaker over de middenlijn, maar van echte pressie was geen sprake. Het was zo'n wedstrijd waarin één moment, één individuele actie het zou moeten beslissen. Het was duidelijk wachten daarop, want verder bood deze kwartfinale - in uitzondering tot de vorige drie - weinig vermaak.

Maar wie denkt aan individuele klasse, denkt dan niet direct aan een slippertje van de keeper. Buffon besliste bijna de wedstrijd in Italiaans nadeel. De onaantastbaar geachte goalie van Juventus kon een hard afstandschot van de Spanjaard Marcos Senna niet klemmen, maar hij had het geluk dat bij een topkeeper hoort. De bal belandde met een raar effect via de paal alsnog op gelukkige wijze in zijn handen. Italië ontsnapte aan een dodelijke tegentreffer.

 

Dát had zo'n breekpunt kunnen zijn, maar het bleef uit. En dus stond na negentig minuten de brilstand op het scorebord, schalde een fluitconcert rond in het Ernst Happel Stadion in Wenen wegens het matige spel en moest arbiter Herbert Fandel overgaan tot een verlenging. De grote vraag daarin was: welke kant valt het kwartje op? Spanje was op het oog iets sterker en had eigenlijk de meeste aanspraak op de winst. Maar als je niet scoort, kun je daar weinig mee.

De krachten vloeiden weg in de laatste minuten van de extra speeltijd en beide teams konden zich opmaken voor een penaltyserie; de tweede van dit toernooi. Iker Casillas, die bekend staat als begenadigd penaltykiller, stopte de tweede strafschop van de Italianen. Daniele de Rossi deed niet veel verkeerd, maar Casillas stopte zijn inzet gewoon voortreffelijk. Buffon keerde nog de elf meter trap van David Guïza, maar stond machteloos toen Casillas wederom in de weg stond op de inzet van Di Natale. Invaller Cesc Fabregas maakte het karwei koelbloedig af en schoot Spanje naar de halve finale. De wereldkampioen ligt er al vroeg uit en Spanje kan donderdag met vertrouwen het Rusland van Hiddink opzoeken.


Spanje - Italië 0-0 (Spanje wns 4-2)

Stadion: Ernst Happel Stadion, Wenen
Toeschouwers: 50.000
Scheidsrechter: Herbert Fandel (Dui)

Gele kaarten: Iniesta, Villa, Cazorla; Ambrosini
Rode kaarten:

Spanje: Casillas (C); Ramos, Marchena, Puyol, Capdevilla; Iniesta (Cazorla ’58 ), Senna, Xavi (Fábregas (’58), Silva; Torres (Güiza ’84)en Villa

Italië: Buffon (C); Zambrotta, Panucci, Chiellini, Grosso; Aquilani (Del Piero ‘107), De Rossi, Ambrosini , Perotta (Camoranesi ’56); Toni en Cassano (Di Natale ’74)

 

Droom Nederland voorbij

Nederland kan naar huis. Na de zeges op Italië en Frankrijk werd hardop gedroomd over de Europese titel, maar in de eerste de beste knock-out wedstrijd ging het mis. Rusland, met Guus Hiddink op de bank, was na verlenging met 1-3 te sterk. De zege van de Russen was verdiend, want de Oost-Europeanen, met Andrei Arshavin als grote ster, waren een klasse beter dan het uitgebluste Oranje.

Het was de vraag die na de groepsfase bij veel mensen leefde: hoe zou het Oranje vergaan, als het in een wedstrijd net even níet zou lopen, of Vrouwe Fortuna geen oranje shirt aan had. Tegen Italië en Frankrijk hadden we gezien dat Marco van Bastens mannen fantastisch kunnen voetballen, maar in beide duels viel het kwartje op belangrijke momenten wel precies de goede kant op. Alles liep lekker, de meeste kansen werden benut en de tegenstander liet op belangrijke momenten juist na om te scoren. Oranje had, kortom, geen enkele reden om te klagen.

 

Maar, zei iedereen toen al, er komen dit toernooi ook wedstrijden dat het niet loopt. Hoe zou de ploeg, die toch vooral bestaat uit spelers die mooi en technisch willen voetballen, daarop reageren? Het antwoord op die vraag kwam tegen Rusland. De Russen waren door coach Guus Hiddink goed geïnstrueerd het veld in gestuurd en maakte Oranje het voetballen onmogelijk. En als Oranje de bal had, leed het vaak onnodig balverlies. Rusland, als underdog aan de wedstrijd begonnen, was voor rust simpelweg de betere ploeg. Zhirkov, Semak, Pavlyuchenko, Arshavin en Kolodin mochten allen Edwin van der Sar aan het werk zetten, maar een treffer bleef uit.

Oranje was zelf ook wel gevaarlijk, maar vrijwel alle kansen ontstonden uit standaardsituaties. Van vloeiende aanvallen of prachtige counters was geen sprake. De meeste dreiging ging uit van vrije trappen van Rafael van der Vaart. In de 29ste minuut kwamen Ruud van Nistelrooy en Nigel de Jong net te kort om een vrije bal van de middenvelder van Hamburger SV binnen te tikken, terwijl tien minuten later diezelfde De Jong net tien centimeter te klein was om in te kunnen koppen. Tussendoor was Oranje alleen via Wesley Sneijder, wiens schot net op tijd geblokt werd door een verdediger, gevaarlijk voor het doel van Igor Akinfeev gekomen.

 

Normaal gesproken heeft Oranje in zulke duels, waarin het niet loopt, Arjen Robben of Ryan Babel die de wedstrijd kan openbreken. Maar naast Babel, die vlak voor het EK afviel met een enkelblessure, was ook Robben niet inzetbaar. De aanvaller had weer last van zijn lies gekregen en moest de wedstrijd laten schieten. Om toch wat te forceren, bracht coach Marco van Basten daarom maar Robin van Persie binnen de lijnen, in plaats van de tegenvallende Dirk Kuyt. Van Persie waagde binnen een minuut een spectaculaire doelpoging, maar wist daarna het verschil niet te maken.

Sterker nog, na rust liep het nóg minder goed bij Oranje. De Russen roken hun kans, groeiden in de wedstrijd en kwamen na 56 minuut op 0-1. Aan de linkerkant van het veld ontsnapte middenvelder Sergei Semak aan de aandacht van de Nederlandse defensie, waarna zijn voorzet binnengetikt werd door Roman Pavlyuchenko. De spits van Spartak Moskou kroop voor Joris Mathijsen en liet Van der Sar kansloos.

 

Oranje had vervolgens nog ruim een half uur om terug in de wedstrijd te komen, maar eigenlijk zat de gelijkmaker er geen moment in. De Russen bleven uitstekend voetballen en hadden, met iets meer geluk, zelfs uit kunnen lopen naar 0-2. Een voorzet van Arshavin zeilde echter vlak voor het doel langs, terwijl Roman Pavlyuchenko naliet om een enorme fout van Joris Mathijsen af te straffen. Nederland kon daar, afgezien van wat schoten van afstand, niets tegenover stellen.

Ook in de slotfase, toen het oranje gekleurde St. Jakob Park smeekte om een 'alles of niet' offensief, wist Oranje aanvankelijk geen bres te slaan in de Russische muur. Maar gelukkig is er op zulke momenten, waarop niets meer lijkt te kunnen, altijd nog Ruud van Nistelrooy. De spits lette goed op bij een vrije trap van Wesley Sneijder en kopte de bal bij de tweede paal achter de kansloze Akinfeev.

 

Door deze treffer, die letterlijk uit de lucht kwam vallen, moest een verlenging de beslissing brengen. Maar nog voordat deze extra tijd aanbrak, vestigde arbiter Lubos Michel de aandacht op zich. Hij gaf de Rus Denis Kolodin zijn tweede gele kaart na een charge op Wesley Sneijder, maar trok deze kaart enkele seconden later in toen hij van zijn assistent doorkreeg dat de bal over de achterlijn geweest was. Opmerkelijk, want het was heel twijfelachtig óf de bal daadwerkelijk over de lijn was. Bovendien mag je iemand ook geel geven, als het spel stil ligt. Dus ook al zóu de bal achter geweest zijn, dan had Kolodin zijn kaart kunnen krijgen.

Maar goed, over negentig minuten gezien had Oranje geen reden tot klagen. Want dat het überhaupt de verlenging haalde, was een klein wonder. Rusland had, tot Van Nistelrooy toesloeg, alles onder controle. En ook in de verlenging was Rusland beter. De ongrijpbare Arshavin schoot na 95 minuten in kansrijke positie over, terwijl teamgenoot Pavlyuchenko een minuut later zelfs de lat raakte. En alsof dat niet genoeg was, hielp ook invaller Torbinski even later een enorme kans om zeep.

 

Ook in de tweede helft van de verlenging domineerde Rusland en had de bal op de stip gemoeten, na een overtreding van Heitinga op Zhirkov. Maar waar arbiter Michel Oranje in de negentigste minuut nog dupeerde, stak hij de ploeg ditmaal de helpende hand toe. Hij liet doorspelen, maar ook na deze tegenvaller bleven de Russen komen. En wat niet kon uitblijven, gebeurde in de 112e minuut: invaller Torbinski maakte, na wederom een geweldige actie van Arshavin, de 1-2. Diezelfde Arshavin bekroonde zijn geweldige wedstrijd vervolgens, door enkele minuten later de beslissende 1-3 te maken. Einde toernooi, einde droom voor Nederland.

Nederland - Rusland 1-3

0-1 Pavlyuchenko ('58)
1-1 Van Nistelrooij (‘86)
1-2 Torbinskiy (‘113)
1-3 Arshavin (‘117)

Stadion: Sankt Jakob-Park, Bazel
Toeschouwers: 40.000
Scheidsrechter: Ľuboš Michĕl (Svk)

Gele kaarten: Boulahrouz, Van Persie, Van der Vaart; Kolodin, Zhirkov; Torbinskiy
Rode kaarten: -

Nederland: Van der Sar (c); Boulahrouz (’54 Heitinga), Ooijer, Mathijsen, Van Bronckhorst; De Jong, Engelaar (’62 Afellay); Kuijt (’46 Van Persie ), Van der Vaart , Sneijder; Van Nistelrooij

Rusland: Akinfeev; Anyukov, Ignashevich, Kolodin , Zhirkov ; Semak (c); Zyryanov, Semshov (’69 Bilyaletdinov), Saenko (’81 Torbinskiy ); Arshavin; Pavlyuchenko (‘114 Sychev)